Advertentie

Pijnstilling, pijnbestrijding bij bevalling

Waar in het buitenland vrouwen bijna standaard een ruggenprik kregen, viel er in Nederland lange tijd niet te praten over pijnbestrijding tijdens de bevalling. Nu gelukkig wel.

Werd het vroeger gewoon gevonden dat de bevalling een pijnlijke zaak was, tegenwoordig kiezen steeds meer vrouwen voor pijnstilling tijdens de baring.

Stond dit onderwerp in het verleden in Nederland, in tegenstelling tot het buitenland, nauwelijks in de belangstelling, tegenwoordig verandert de mening hierover vrij snel.

In 2008 verscheen van de organisatie van verloskundigen de: Richtlijn medicamenteuze pijnstilling tijdens de bevalling.

Intussen heeft ongeveer de helft van de vrouwen die in het ziekenhuis onder leiding van een gynaecoloog bevallen één of andere vorm van pijnstiling.

Mogelijke methoden zijn:

  • Ruggenprik of epiduraal anesthesie. Hierbij wordt door middel van een ruggenprik een verdovingsmiddel via een slangetje toegediend. Het kan enige tijd blijven zitten en geeft een goede pijnstilling. Voor het inbrengen is het nodig dat er een anesthesist dag en nacht in het ziekenhuis beschikbaar is voor het doen van deze ingreep. Een nadeel kan zijn dat nogal veel vrouwen door het medicijn een beetje koorts krijgen. In bepaalde situaties wordt ook de baby daarom dan extra onderzocht op de aanwezigehid van infectie tekenen.
  • Pijnstilling via een infuus. Een pompje met een op morfine gelijkende pijnstiller kan door de moeder zelf via een knop bediend worden. Hierdoor kan ze zelf de mate van pijnstilling die ze nodig heeft regelen.
  • Lachgas. Het is een oud narcose-middel dat ook wel bij bevallingen werd gebruikt. In Nederland is het in onbruik geraakt, omdat er een verband leek te zijn met aangeboren afwijkingen bij kinderen van personeel dat bij de toediening van lachgas betrokken was. In het buitenland wordt nog steeds veel lachgas gebruikt. De naam is zoals wellicht bekend ontstaan omdat men er wat giegelig van kan worden.

Thuis zijn deze behandelingen niet mogelijk. Op het ogenblik kiezen nog in eerste instantie iets minder dan 1:3 moeders ervoor om thuis te bevallen. Dit aantal is vroeger veel hoger geweest (in 1953 ruim 80%) en blijft de laatste jaren verder dalen.