Advertentie

Slechtziende en blinde kinderen

Kind met braille boek

Ziektebeeld

De wijze waarop slechtziendheid of blindheid zich openbaart kan sterk verschillen. In veel gevallen zal het ouders opvallen dat hun kind zich anders gedraagt of zich ontwikkelt dan ze verwachten. Zo kan het opvallen dat hun baby niet goed volgt als zij proberen oogcontact te krijgen. Een verlate motorische ontwikkeling is vaak de reden dat ouders hierover hun ongerustheid zullen uiten. Niet altijd wordt in dit soort situaties eraan gedacht dat er mogelijk sprake kan zijn van een slecht gezichtsvermogen of visus. De late ontwikkeling berust dan niet op een gestoorde motoriek maar op het feit dat het kind moeite heeft zich te oriënteren in de ruimte waar het zich bevindt. Ook missen slechtziende kinderen de uitdaging van objecten en speelgoed, die kinderen met een goed zicht juist stimuleren om zich te ontwikkelen. Daarnaast hebben kinderen met een slecht gezichtsvermogen geen voorbeeldfunctie van ouders of andere kinderen om gedrag te imiteren.

Bij een aantal kinderen zal er vanaf de geboorte al geregeld controle zijn van hun gezichtsvermogen. Dit is het geval bij te vroeg geboren kinderen, waarbij het oogonderzoek tot de routineonderzoeken behoort. Een bekende oorzaak voor oogafwijkingen is ernstig zuurstoftekort rond de geboorte en/of vroeggeboorte. In deze gevallen kan er ook sprake zijn van een verstandelijke of motorische handicap.

Een aantal oogafwijkingen heeft een erfelijke achtergrond, waardoor er indien hierover informatie beschikbaar is gericht onderzoek kan plaatsvinden.

Er wordt van slechtziendheid gesproken bij een gezichtsscherpte van minder dan 30% en van blindheid bij een scherpte van minder dan 10%. Met een percentage van 30% wordt bedoeld dat wanneer er een maximale correctie is door een bril het kind een object pas duidelijk ziet op een afstand van dertig meter. Een kind dat goed ziet, ziet hetzelfde object op deze manier scherp op honderd meter.

Naast de gezichtscherpte wordt er ook gesproken over het gezichtsveld. Bij sommige oogafwijkingen is er sprake van een heel klein gezichtsveld. Dit wordt ook wel kokerzien genoemd. Het is alsof het kind maar een klein gedeelte van de wereld om zich heen ineens kan zien. Als dit gebied is teruggegaan tot 10 graden of minder wordt ook van blindheid gesproken.

Oorzaken

Er is een grote verscheidenheid in de oorzaken en presentatie van oogafwijkingen bij kinderen, die aanleiding geven tot slechtziendheid of blindheid. Zo kan er een stoornis zijn in het gehele traject van het hoornvlies tot aan de hersenschors. Hierbij gaat het dan om hoornvliesafwijkingen, troebelingen van de lens, afwijkingen in het glasvocht of aandoeningen van het netvlies. Vervolgens kan er sprake zijn aan afwijkingen van de oogzenuw, van het traject van de oogzenuw naar de hersenschors en tenslotte naar dat gedeelte van de hersenschors, waar het signaal uit de oogzenuw tot beeld wordt gevormd. De hersenschors waar dit plaatsvindt is gelegen bij het achterhoofd.

Van de slechtziende en blinde kinderen heeft een tamelijk groot gedeelte dit door erfelijke oorzaken. Het betreft dan afwijkingen die op verschillende wijze kunnen overerven. Hieraan wordt met name gedacht wanneer er een afwijking is aan beide ogen.

Tijdens de zwangerschap kunnen er ook beschadigingen aan het oog optreden, door infectieziekten bij de moeder. De bekendste hiervan zijn rode hond en toxoplasmose.

Hieronder staan een aantal oorzaken genoemd, waarbij er dient te worden opgemerkt dat deze lijst zeker niet volledig is.

  in de hersenen

  • Congenitaal cataract. Dit is een troebeling van de lens die in alle gevallen vavaf de geboorte aanwezig is. Het kan variëren van een kleine puntvormig plekje tot de gehele lens. Wanneer sprake is van cataract is het nodig dit zo snel mogelijk te behandelen. Zeker als het dubbelzijdig voorkomt. De oorzaken voor congenitaal cataract zijn verschillend, maar vaak berust het op erfelijke factoren.
  • Retinopathie van de prematuur (ROP). Dit is een afwijking die ontstaat bij zéér veel te vroeg geboren kinderen. Er zijn afwijkingen in de doorbloeding van het netvlies, die tot slechtziendheid of eventueel blindheid aanleiding kunnen geven. Door controle van deze groep kinderen op de couveuse afdeling worden afwijkingen al wel in een vroege fase herkend.
  • Opticusatrofie. Het betreft een aandoening van de oogzenuw zelf, waarbij aan het oog geen afwijkingen hoeven te worden gevonden.
  • Aniridie. Dit betreft een aangeboren zeer zeldzame afwijking waarbij er  een gedeeltelijke of totale afwezigheid is van de iris, oftewel het regenboogvlies. De afwijking gaat met andere oogafwijkingen, zoals cataract of verhoogde oogboldruk gepaard. Er is een sterke mate van overgevoeligheid voor licht.
  • Cerebrale visusstoornissen. Hierbij is er geen afwijking aan het oog te vinden, maar is er een stoornis in het gebied voorbij de oogzenuw in de hersenschors. De oorzaak is gelegen in ernstig zuurstoftekort rond de geboorte en/of ernstige vroeggeboorte. 

Onderzoeken

Vaak is de jeugdarts de eerste die op het spoor wordt gezet van een stoornis van het gezichtsvermogen. Bij jonge kinderen is verdenking hierop altijd reden het kind te verwijzen naar een oogarts. Eventueel vindt hierna nog verder onderzoek plaats door een met name voor kinderen gespecialiseerde oogarts.

Bij een gespecialiseerd onderzoek, wordt er ook gekeken naar de gezichtsvelden, de aanpassing van het oog aan licht en donker en kleurenzien.

Wanneer er bij het onderzoek sprake is van een duidelijke afwijking zodat er sprake is van slechtziendheid of blindheid, zal er ook psychologisch onderzoek en onderzoek door een kinderfysiotherapeut of kinderneuroloog plaatsvinden.

Alle onderzoeken hebben tot doel om zo goed mogelijk de mate van beperking in te schatten om hiervoor de beste behandeling te kunnen geven.

Behandeling

Afhankelijk van de situatie worden slechtziende en blinde kinderen of behandeld in de eigen omgeving of is ambulante begeleiding nodig door een gespecialiseerd centrum. Kinderen met een visuele handicap kunnen in veel gevallen met de nodige begeleiding naar het gewoon basisonderwijs.

Naast de psychologische begeleiding van kinderen met een visuele handicap wordt er bij het onderwijs ook gebruik gemaakt van hulpmiddelen om het kind zo min mogelijk hinder te laten ondervinden van de verminderde visus. Hierbij valt bijvoorbeeld ook te denken aan moderne aanpassingen op de computer, zoals beeldvergroting, gebruik van bepaalde belichting en andere op het kind aangepaste hulpmiddelen. Blinde kinderen leren de tast verder te ontwikkelen door het gebruik van Braille.

Bij het visueel gehandicapte kind is het zich kunnen verplaatsen heel belangrijk. Hierop wordt ook bij het onderwijs een accent gelegd, zodat het kind bepaalde routes kan lopen en op geëigende wijze kan deelnemen aan het verkeer.

Veelgestelde vragen

Meer weten

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden bij de Nederlandse Vereniging voor Blinden en Slechtzienden, de Federatie van Ouders van Visueel Gehandicapten en de Stichting Viziris