Advertentie

Autisme

kinderpsychiatrie

Ziektebeeld

Vaak zullen moeders al heel vroeg aanvoelen of in de gaten hebben, dat er iets met hun baby niet goed is. Door de omgeving worden die signalen nog niet herkend en wordt het afgedaan als iets dat wel vaker voorkomt, later wel zal bijtrekken of in ieder geval nu geen reden voor zorg is. Blijkt later dat het om een vorm van autisme gaat, dan hebben ouders zich al die jaren niet gehoord gevoeld.

Tegenwoordig worden de vormen die bij autisme horen, samengevat met de afkorting A.S.S. wat staat voor Autistische Spectrum Stoornis. Vanwege het gemak zal het echter steeds over autisme gaan omdat dit op dit moment nog het meest is ingeburgerd.

Kenmerken. Autisme heeft een aantal kenmerken, die in grote lijnen uiteenvallen in problemen met de sociale interactie (omgaan met anderen), communicatie en starheid (rigiditeit en stereotypen).

Sociale interactie:

  • Het bij anderen herkennen van de emoties uit gelaatsuitdrukking schiet tekort.
  • Boosheid bij anderen, wordt ook niet herkend of begrepen.
  • Lachen en vrolijkheid is niet gebaseerd op voor andere kinderen of ouderen  invoelbare dingen. De vrolijkheid komt daarom onwerkelijk over.
  • Er is geen goede wederkerigheid in het spel. Daarmee wordt bedoeld dat het kind niet zelf de beurt neemt of die aan een ander kind geeft. Hierdoor is er geen over en weer spel mogelijk. Andere kinderen merken dat snel en laten een kind met autisme daarom snel alleen.
  • Er worden geen gebaren gemaakt om iets uit te beelden. Ook begrijpen kinderen de gebaren die kinderen of ouderen maken niet goed. Het is een enorme handicap wanneer je niet aan iemands gezicht kan zien of hij ontspannen en blij of juist verdrietig of misschien boos is.
  • Kinderen met autisme kunnen de sociale interactie niet aan en keren daarom terug in hun eigen wereld. Het is niet zo dat ze dit contact met anderen niet wensen. Het ontbreekt hen simpel aan manieren om het contact aan te gaan en te onderhouden.

Communicatieve aspecten:

  • De taal bij kinderen met autisme is vaak laat op gang gekomen. Kinderen die wel praten gebruiken de taal niet op de manier zoals leeftijdgenoten dat doen. De taal klinkt ook vaak formeel of zoals volwassenen praten. Die vertraagde taal ontwikkeling is bij heel veel kinderen met een contactstoornis aanwezig.
  • Kinderen met autisme reageren vaak weinig of niet op toespreken. Er wordt daarom soms gedacht dat ze doof of slechthorend zijn. Als ze al reageren is het maar kort en blijft het contact niet behouden.
  • Ze pakken ouders of vreemden soms bij de hand om ze ergens naar toe te brengen waar ze wat gedaan willen hebben. Bijvoorbeeld je meenemen naar hun jas als ze weg willen gaan. Dit wordt instrumenteel gebruik van een ander genoemd. Zij missen het vermogen om naar een ander toe te gaan en daar een gesprek aan te gaan over het feit dat ze vinden dat het tijd is om weg te gaan, want…. Al deze nuances kan een kind met autisme vaak niet overbrengen.

Starheid en steeds hetzelfde willen:

  • Er is veelal een zéér eenzijdige interesse. Soms is die intersse gericht op bepaalde televisie figuren, bij anderen gaat het weer over dinosauriërs. Als ze hierover vertellen blijkt hoe ontzettend veel ze van dit ene onderwerp weten. Daarmee komt ook wel de beperking voor andere onderwerpen tot uiting.
  • Vaak wordt vastgehouden aan bepaalde gebruiken, die precies moeten worden uitgevoerd. Het even iets anders doen leidt tot enorme boosheid of verdriet. Het opruimen van de slaapkamer kan daarom ook niet zomaar even worden gedaan. Alles moet steeds via een vast patroon verlopen.
  • Kinderen met autisme maken graag repeterende bewegingen. Heel bekend is het fladderen met de armen bij emotionele dingen. Het komt dan bij zowel leuke als minder leuke emoties voor.
  • Er is een enorme gevoeligheid voor bepaalde indrukken van de zintuigen. Geluid dat voor ons nauwelijks hoorbaar is, kan hen al heel angstig maken. Ook horen zij hele zachte geluiden, die ons nauwelijks opvallen. Het kan opvallend zijn hoe de beweging die een lift maakt hen extreem angstig maakt. Dit is een prikkeling van het evenwichtsorgaan.
  • Vaak ontbreekt het hen aan de interesse om op onderzoek uit te gaan of aan  nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen.

Het syndroom van Asperger, genoemd naar de Weense kinderpsychiater Hans Asperger, kenmerkt zich door een normale taal- spraakontwikkeling en een normale intelligentie, maar met wèl de kenmerken van problemen in het sociale contact, starheid in gedrag en interesses in een zeer beperkt aantal onderwerpen.

Oorzaken

De oorzaken van autisme zij niet in één keer samen te vatten. Het gaat om een structureel andere aanleg van de organisatie van het denken door de hersenen. Erfelijke factoren spelen hierbij een zéér belangrijke rol. Veel kinderen met autisme hebben anderzijds ouders waarbij nauwelijks kenmerken van autisme aanwezig zijn. Er moet wel bij kinderen met autisme altijd gezocht worden naar een “medische”oorzaak, zoals Fragile X syndroom, het syndroom van Rett of Tubereuze sclerose

Veel onderzoek is gaande, maar er is nog geen precieze oorzaak bekend. Zo wordt er bij de meeste kinderen, noch bij zogenoemd beeldvormend onderzoek met een CT scan of MRI, noch bij EEG onderzoek of bij genetisch onderzoek een verklaring gevonden. Ook bij overleden kinderen en ouderen met autisme is er bij hersenonderzoek geen afwijking gezien die een afdoende verklaring geeft. Het wil echter niet zeggen dat er geen afwijkingen zijn, alleen zijn ze tot nu toe niet goed herkenbaar gebleken. 

Er is de laatste tientallen jaren een toename te constateren in het aantal kinderen met één of andere vorm van autisme. Mogelijk heeft dit ook te maken met de moeilijkheid die kinderen met een lichte vorm van autisme ervaren in ons huidige onderwijssysteem. Er zijn tegenwoordig veel meer prikkels in de omgeving van het kind ten opzichte van de meer traditionelere manier van lesgeven zoals dat vroeger gebeurde.

In een in 2013 verschenen Noors onderzoek onder moeders die tijdens de zwangerschap wel of niet Foliumzuur hadden gebruikt, bleek dat de gebruiksters minder kinderen hadden gekregen met autisme. De onderzoekers stellen hierbij wel duidelijk dat er nu niet een oorzaak is gevonden voor het ontstaan van autisme maar dat er een mogelijke samenhang is vastgesteld.

Onderzoeken

De diagnose autisme wordt vaak al wel door ouders vermoed. Ouders hebben het gevoel dat hun kind anders is zonder precies te weten wat er dan anders is.

Uiteindelijk wordt de diagnose door een kinderpsychiater gesteld, nadat het kind is onderzocht. Behalve door directe observatie van het gedrag, wordt ook gebruik gemaakt van de informatie die ouders en bijvoorbeeld dagopvang over het kind geven. 

Vooral bij jonge kinderen kunnen de symptomen eerst sterk aan ADHD doen denken. Wanneer zij ouder worden blijkt het dan toch vooral om autisme te gaan. Ook komen er mengbeelden voor. Bij anderen wordt eerder aan een op zichzelf staande achterstand in taal- spraakontwikkeling gedacht.

Behandeling

Er moet rekening mee worden gehouden dat autisme een levenslange handicap is. Hoe sneller de diagnose wordt gesteld, hoe eerder er met behandeling kan worden begonnen. Er zijn heel veel methodieken voor in de school- en thuissituatie voor ontwikkeld.

Er zal bij de begeleiding van het kind worden gewerkt met het voorspelbaar maken van de wereld om hem heen. Hierbij wordt veelal gewerkt met zogenoemde picto’s. Dat zijn plaatjes waarop met een symbool staat aangegeven wat er gaat gebeuren. Bijvoorbeeld na het plaatje van de mes en vork voor het eten, komt een plaatje met een boek, als symbooltje voor voorlezen en dan een bedje voor het daarna gaan slapen.

Kinderen met autisme ervaren de wereld heel anders dan wij. Bij de behandeling en begeleiding moet daar rekening mee worden gehouden. Dingen die voor ons vanzelfsprekend zijn hebben voor kinderen met autisme dat helemaal die niet.

Veel hangt voor wat betreft de behandeling samen met hoe het ontwikkelingsniveau van het kind is. Ook is het belangrijk welke diagnose er naast autisme nog verder gesteld wordt. Kinderen met autisme hebben vaak meer dan één diagnose. Het kan dan gaan om ADHD of een angststoornis.

Er zijn tot nu toe geen geneesmiddelen voor de behandeling van autisme effectief gebleken. Wel worden voortdurend nieuwe medicijnen getest en mogelijk zijn er over enige tijd hierbij die succesvol blijken te zijn.

Veelgestelde vragen

Zijn er dingen die ik had kunnen doen om te voorkomen dat mijn kind autistisch is geworden?

Antwoord: Nee we gaan ervan uit dat autisme een stoornis in de aanleg van het brein is, waarbij er geen dingen zijn die deze ontwikkeling konden voorkomen.

Hoe vaak komt autisme voor?

Antwoord: Vroeger werd de frequentie lager ingeschat dan tegenwoordig. Dat had ermee te maken dat men autisme vooral bij kinderen met een geestelijke achterstand vaststelde. Tegenwoordig wordt autisme ook herkend bij kinderen met een normale of zelfs zéér hoge intelligentie.

Momenteel gaan we ervan uit dat autisme bij ongeveer 60 op de 10.000 personen voorkomt. Het is daarbij opvallend dat het veel meer bij jongens dan bij meisjes wordt gezien. Zo is de verhouding man : vrouw bij het syndroom van Asperger zelfs 10 : 1.

Wat is PDD-NOS?

Antwoord: Deze diagnose werd gebruikt voor kinderen die niet kunnen worden gediagnosticeerd met de diagnose autisme of syndroom van Asperger, maar die wel kenmerken van autisme hebben. In het nieuwe DSM-5 systeem is de diagnose PDD-NOS komen te vervallen. Ondanks verzet hiertegen is de term dus niet meer in gebruik. Daartegenover staat dat in het classificatiesysteem wordt onderzocht of het beeld dat men van een kind heeft hem ook in het dagelijks leven problemen geeft en hoe het in zijn omgeving functioneert. Als het gedrag geen probleem geeft en het kind normaal kan functioneren dan wordt de diagnose autisme niet gesteld.

Meer weten

Autisme werd voor het eerst onafhankelijk van elkaar beschreven door Leo Kanner in Baltimore (USA) in 1943 en door Hans Asperger in 1944 in Wenen. Zij constateerden dat bij de kinderen die zij beschreven, sprake was van een stoornis in het sociale contact, er een probleem was in de communicatie en er veel kenmerkend gedrag voorkwam. Er is daarna pas de term autistische spectrumstoornis (ASS) gekomen. Later zijn de termen pervasieve ontwikkelingsstoornis en autistische spectrumstoornis naast elkaar blijven bestaan. In ieder geval gaat het steeds om een stoornis in de sociale interactie, communicatie en vertoont het kind of de volwassene stereotiep gedrag.

Voor het stellen van de diagnose wordt gebruik gemaakt van de DSM-5 classificatie. Dit is een manier om in de psychiatrie de verschillende ziektebeelden te omschrijven. Na het stellen van de diagnose is er op die manier voor iedereen duidelijkheid wat men bedoelt. Het maakt het voor psychiaters mogelijk om onderling over een ziektebeeld te communiceren.

Omdat de criteria in het DSM IV nog een onderverdeling kende waaronder autistische stoornis, Asperger syndroom en PPD-NOS werden er meer kinderen als zodanig herkend dan in vijf, de laatste versie van de DSM. Men gaat er in deze indeling meer van uit dat er sprake is van een continuum van aan autisme verwandte afwijkingen.

Het gevolg hiervan kan zijn dat kinderen die in het ene classificatiesysteem in aanmerking kwamen voor zorg daarvan nu verstoken worden. Dit is de andere kant van het maken van een andere indeling.

Om de diagnose te kunnen stellen, moeten de kenmerken van autisme al voor het derde levensjaar aanwezig zijn.

Meer informatie over autisme is ook te vinden op de website van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA).