Advertentie

Eiwitten

Eiwitten of proteïne komen in heel veel voedingsmiddelen voor. Sommige voedingsmiddelen zijn rijk aan eiwit, terwijl anderen weer minder hebben. Eiwitten zijn opgebouwd uit losse elementen. Dat zijn de aminozuren, waarvan er twintig verschillende bestaan. Ons lichaam kan veel van die aminozuren aanmaken. Er zijn er echter negen die niet door het lichaam te maken zijn. Dit zijn de zogenoemde essentiële aminozuren, die we alleen via de voeding kunnen binnenkrijgen. Het is dus belangrijk dat we altijd een zodanige samenstelling van de voeding hebben dat het altijd de essentiële aminozuren bevat.

eiwitrijke voeding

Deze voedingsmiddelen bevatten veel dierlijke eiwitten.

Eiwitten worden door de verteringssappen in de darm gesplitst tot losse aminozuren die dan door de dunne darm kunnen worden opgenomen. In het lichaam worden de aminozuren via diverse stofwisselingsreacties weer omgezet in de eiwitten die ons lichaam nodig heeft.

Sommige voedingsmiddelen zijn erg rijk aan eiwit. Dat zijn bijvoorbeeld granen, zoals brood en pasta, zuivelproducten (kaas,melk, eieren), vlees en vis.

De eiwitbehoefte van ons lichaam is niet steeds hetzelfde, maar afhankelijk van leeftijd en de gezondheidstoestand. Bij ziekte is de eiwitbehoefte bijvoorbeeld toegenomen.

Dat kinderen een hogere behoefte hebben aan eiwit, komt door hun groei. Het lichaam dat in opbouw is heeft als het ware bouwstenen nodig. De grootste eiwitbehoefte hebben in verhouding zuigelingen. Dat is niet zo vreemd wanneer je bedenkt dat zuigelingen in hun eerste jaar hun gewicht verdrievoudigen.

Ook in de zwangerschap en tijdens borstvoeding is er een hogere eiwit behoefte. 

Hieronder staat per leeftijd en geslacht de minimum behoefte en het adequate niveau aan inname, per gram eiwit, per kilogram lichaamsgewicht per dag.

Leeftijd in jaren Minimum behoefte

Adequaat niveau van inname

zuigelingen    
0-½ jaar 1,9 2,5
½- 1 jaar 1,35 1,75
Jongens     
1-4  1,25  1,6 
4-7  1,15 1,45 
7-10  1,05  1,35 
10-13  0,95  1,25 
13-16  0,85  1,10 
16-19  0,75  0,95
meisjes     
1-4  1,25  1,60 
4-7 1,15  1,45 
7-10  1,05  1,35 
10-13  0,90  1,20 
13-16  0,75  0,95 
16-19  0,70  0,90 

Bron Voedingsraad 1992