Advertentie

Broekpoepen, vieze broeken, fecesincontinentie

Algemeen

Verschillende namen

Wat wordt er onder verstaan?

Oorzaken

Hoe vaak komt broekpoepen voor?

Welke vragen stelt de arts?

Welk onderzoek vindt er plaats?

Behandeling

Prognose

Algemeen 

Men moet zich realiseren dat broepoepen niet ontstaat uit onwil van het kind of dat het dit expres doet, maar dat het bij ongeveer 80-90% van de kinderen de uiting is van verstopping. Verstopping kan een veelheid aan klachten geven, zoals buikpijn, krampen, pijn bij het poepen, rectaal bloedverlies, urineweginfecties en plasproblemen, maar ook kan het kind ontlasting in het ondergoed verliezen. In deze zin heeft het dus niet met een vertraagde zindelijkheid, maar met een medisch probleem te maken. dit probleem kan heel hardnekkig zijn en het is niet ongewoon dat kinderen hier jaren mee lopen.

Kinderen leren op een bepaald moment dat het mogelijk is om aandranggevoel voor ontlasting niet meteen te laten volgen door het ontlasten van de darm, maar dit uit te stellen tot er een geschikt moment voor is om het op een potje te doen. Over het algemeen is het voor kinderen op een enkel ongelukje na meestal mogelijk om voor hun vierde jaar deze controle te ontwikkelen.

Zij worden bij het aanleren van deze vaardigheid ondersteund door hun ouders die hen zodra een poging is gelukt, hierom prijzen en met een kleinigheid belonen. Dit zal ertoe leiden dat kinderen die graag in de gunst van hun ouders staan, geregeld moeite zullen doen om hun geleerde kunst, te laten zien. Om op het potje te zitten om de ontlasting te laten komen vergt van het kind een aantal belangrijke aandachtspunten. Zo moet eerst de ontlasting worden opgehouden, terwijl er wel aandrang is. Er moet dus enige tijd iets worden uitgesteld totdat daar een geschikt moment voor is.

De extra geestelijke inspanning die moet worden gedaan om dit allemaal te beheersen, maakt dat kinderen soms overijverig zijn geworden in het ophouden van hun ontlasting. Dit leidt daardoor gemakkelijk tot verstoping. Ook een houding bij ouders waarin het kind maar zijn gang kan gaan lijkt ongunstig en kan verstopping in de hand werken. 

Voorts moeten kinderen een zekere angst overwinnen om iets wat in hen zit eruit te laten komen. Angst voor een toiletpot of angst voor het wegstromende water kan voor met name jonge kinderen een reden zijn dat zij moeite hebben met het zindelijk worden.

Verschillende namen

Er zijn voor de situatie dat kinderen, boven de leeftijd van 4 jaar nog in hun broek poepen verschillende termen in gebruik. Vroeger werd van encopresis gesproken als er een hele volle broek was en van soiling als het alleen om strepen ontlasting in het ondergoed ging. Ook werd de term onvrijwillig ontlastingsverlies gebruikt. Broekpoepen heeft een wat negatieve klank en daarom gebruiken artsen en behandelaars vaak naar kinderen en ouders de term vieze broeken.

In 2005 is wereldwijd afgesproken dat artsen het voortaan zullen hebben over fecale- of fecesincontinentie. Voor ouders en kinderen is dat een nogal zware en lastige term en daarom zal hier in het stuk over vieze broeken worden gesproken en af en toe slechts over fecale incontinentie.

Wat wordt er onder verstaan?

Vieze broeken zijn het gevolg van het onwillekeurig verlies van ontlasting in het ondergoed. Meestal zullen kinderen vertellen dat ze het niet zelf bemerken wanneer zij ontlasting verliezen. Voor ouders is dat vaak onbegrijpelijk omdat zowel de lucht als het in het ondergoed hebben van ontlasting toch zouden moeten opvallen. Kinderen zijn gewend aan de lucht en merken die niet op. Verder ontgaat het hen inderdaad in de overgrote meerderheid van de gevallen wanneer de ontlasting wordt verloren.

Er zijn kinderen die meerdere keren per dag ontlasting in hun ondergoed krijgen, terwijl dat bij anderen maar een paar keer per week is. Ofschoon er wel wordt verondersteld dat er hiermee een mogelijkheid wordt geopend de oorzaak te achterhalen, is dit in de praktijk meestal niet mogelijk. Noch op grond van de frequentie, noch op grond van de hoeveelheid ontlasting is het mogelijk de oorzaak vast te stellen.

Indien er bij een kind sprake is van het hebben van vieze broeken, heeft dit natuurlijk effect op het zelfgevoel en de wijze waarop het kind in het leven staat. Door niet te kunnen voldoen aan de basale functie van het ophouden van ontlasting wordt het zelfvertrouwen aangetast en kan het kind onzeker in de wereld komen te staan. Daar komt bij dat zeker bij wat oudere kinderen de kans aanwezig is dat zij met hun vieze broeken worden gepest.

Oorzaken

Bij zeker 80% van de kinderen worden vieze broeken veroorzaakt door chronische verstopping, of obstipatie. Gezien deze hoge frequentie wordt er wel eens ten onrechte verondersteld dat fecale incontinentie altijd het gevolg is van verstopping. Er zijn echter ook kinderen waarbij er helemaal geen verstopping bestaat, die geen afwijkingen aan hun darmen of sluitspieren hebben en waarbij er toch geregeld ontlasting in het ondergoed komt. Dit is een aparte groep kinderen waarbij ook de behandeling anders is dan bij kinderen bij wie er een verstopping bestaat.

Een klein aantal kinderen heeft verlies van ontlasting ten gevolge van afwijkingen in het laatste deel van het rectum, of ten gevolge van chirurgische behandeling in het gebied van de anus of het rectum.

Hoe vaak komt broekpoepen voor?

Enigszins afhankelijk van welke groep kinderen men onderzoekt, ligt het percentage kinderen dat vieze broeken heeft tussen de 1-3%. Jongens hebben er daarbij over het algemeen meer last van dan meisjes. Onder kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst ligt het percentage lager dan bij kinderen van oorspronkelijk Nederlandse ouders.

Vaak is het een hardnekkig probleem. Zo blijkt na een intensieve behandeling van vijf jaar nog 40% van de kinderen klachten te hebben. 

 Welke vragen stelt de arts? 

Voor een arts is het nodig een idee te krijgen van het probleem. Als ouder kunt u hierbij al op het bezoek aan de arts vooruit lopen door een kalender of poepdagboek bij te houden en aan te geven wanneer er vieze broeken zijn. Hierdoor wordt het ook voor uzelf en voor uw kind duidelijk hoe de situatie eigenlijk is. Er hoeft geen exacte van minuut tot minuut bijgehouden dagboek te komen. Als uw kind meerdere keren per dag ontlasting verliest is het voldoende om dat op te schrijven.

Bij de beoordeling van het probleem zal uw arts willen weten of het om een geval van verstopping gaat, of dat er andere oorzaken moeten worden overwogen. Bevindingen die in de richting van verstopping wiijzen zijn: het langer dan drie dagen uitblijven van ontlasting, een vroeg begin van verstopping (in de eerste maanden), het ineens produceren van een grote hoeveelheid ontlasting (olifantendrol), of het produceren van geregeld vaste ontlasting.

De arts vraagt naar het moment waarop de eerste ontlasting (meconium) is geproduceerd. Wanneer dit niet binnen 24 uur na de geboorte heeft plaatsgevonden, moet altijd worden gedacht aan een vorm van de ziekte van Hirschsprung.

Wordt er ook ’s nachts ontlasting verloren dan duidt dit op een grote massa vaste ontlasting, die in het rectum, of in het laatste deel van de dikke darm zit.

Het is bekend dat een leefwijze met relatief weinig beweging aanleiding vormt tot het krijgen van verstopping. Kinderen hebben per dag minstens een uur beweging nodig. Kijk daarom eens of uw zoon of dochter met als probleem vieze broeken en verstopping daar wel aan komt.

Een belangrijke factor voor het ontstaan van verstopping is verder ook het eetgedrag. Daarom zal er worden gevraagd naar het eetpatroon van het kind en van het gezin. Laxerend werken bruinbrood, groente en fruit met daarnaast voldoende vochtinname (tenminste ½- 1 liter vocht per dag). Extra drinken heeft geen zin omdat je daarvan wel meer plast, maar het niet laxerend werkt.

Behalve deze punten is het nog nodig een indruk te krijgen van de mentale toestand van het kind. Soms komen er bij het gesprek met de ouders zaken naar voren waardoor de gedachten ook uitgaan naar psychische of emotionele problemen. Zo is het smeren met ontlasting niet ongebruikelijk bij kinderen met een psychische ontwikkelingsachterstand.

Welk onderzoek vindt er plaats?

Er wordt bij ieder kind altijd gekeken naar de lengtegroei en de gewichtstoename, omdat het een aanwijzing geeft over de gezondheidstoestand. Ook bij kinderen met vieze broeken is het belangrijk om te weten hoe de groei en het gewicht in de voorgaande jaren zijn verlopen. Er zijn enkele ziekten waarbij een afbuigende groeilijn en neiging tot verstopping samen voorkomen. Dit betreft bijvoorbeeld een trage schildklierwerking, oftewel hypothyreoïdie en coeliakie.

Nadat het gewicht en de lengte zijn opgemeten en in een curve zijn uitgezet, volgt er altijd een nauwkeurig lichamelijk onderzoek. Hierbij wordt er in de buik gevoeld naar de aanwezigheid van vaste ontlasting. Bij een kind met verstopping kan er vaak een tamelijk grote hoeveelheid ontlasting, die als een worst aanvoelt, worden gevonden. Wanneer er weinig ontlasting wordt gevoeld is het echter niet zo dat het kind dan zeker geen verstopping heeft.

Ook wordt de anus onderzocht. Hierbij is het van belang te kijken naar eventuele kloven of fissuren in het slijmvlies. Wanneer de anus open staat, kan dit duiden op een grote massa ontlasting in het laatste deel van het rectum. Dit zijn echter ook situaties waarbij er door de arts aan seksueel misbruik zal worden gedacht.

Bij kinderen die in het verleden zijn geopereerd aan de anus of het rectum, kan in de loop van de tijd een vernauwing ontstaan, waardoor er verder superspecialistisch onderzoek door een kinderchirurg nodig is.

Als laatste moet er ook gekeken worden of er een aanwijzing is voor een neurologische oorzaak van de verstopping. Vaak zullen er dan behalve de verstopping ook andere afwijkingen, bijvoorbeeld van de blaasfunctie bij aanwezig zijn.

In uitzonderlijke situaties wordt er wel eens een röntgenfoto van de buik gemaakt om te zien of er veel ontlasting in de buik zit. Bij een kind waar uit de voorgeschiedenis al blijkt dat er waarschijnlijk verstopping is, is het maken van een foto overbodig. Vroeger werd er wel standaard een foto gemaakt, maar daarvan is men afgestapt.

Behandeling 

De behandeling is zoals altijd gericht op de oorzaak van het probleem. Vaak zal het gaan om verstopping, maar zoals boven reeds is aangegeven is niet bij elk kind dat met fecale incontinentie tobt ook altijd sprake van verstopping.

In het geval er geen verstopping is, dient er een behandelplan te worden uitgestippeld, waarbij ook de rol van een klinisch psycholoog onontbeerlijk is.

Is er wel verstopping, dan is het belangrijk om leefregels op te stellen en te bespreken hoe het “toiletgedrag” van het kind kan worden verbeterd. Onder toilettraining wordt verstaan dat het kind drie keer per dag een kwartier na de maaltijd 5-10 minuten op het toilet zit. Steeds een vaste tijd voor deze training kiezen is belangrijk. Ook als er geen andrang is wordt persen aangemoedigd. Komt er dan ontlasting, dan wordt het kind hiervoor uitbundig beloond. 

Wanneer deze maatregelen niet tot verbetering van het probleem leiden dienen er daarnaast laxerende medicijnen te worden voorgeschreven. Bij een flinke verstopping is het nodig dat er in het begin een hoge dosering wordt gegeven. De arts zal bepalen hoelang dit moet worden gebruikt. Na een periode met een hogere dosering kan op een onderhoudsdosering worden overgegaan. Hiervoor worden medicijnen gekozen uit de groep van de zogenoemde macrogolen die veelal in sachtes worden ingenomen. Ze geven weinig of geen bijwerkingen. Het nadeel van lactulosesiroop dat vroeger vaak werd gegeven is dat het winderigheid en krampen kan geven. Zie ook het hoofdstuk over verstopping.

Een veel gestelde vraag van ouders is altijd of de darmen niet lui worden door het geven van laxerende medicijnen. Deze angst is ongegrond. De darm zal juist doordat hij weer leeg wordt beter gaan functioneren. 

Prognose

Boven is al aangegeven dat het hebben van vieze broeken een langdurige zaak kan zijn ook bij intensieve training en begeleiding. Toch is het belangrijk om optimistisch te blijven en steeds aan het probleem te blijven werken.

Medicijnen dienen goed en regelmatig te worden ingenomen. De leefregels zoals ze ook hierboven zijn genoemd, moeten goed worden nageleefd, ook al is het niet altijd even makkelijk om consequent te zijn.