Advertentie

Partydrugs

partydrugs 

Partydrugs hebben tot doel om feestjes leuker te maken, of om intenser muziek en gezelschap te beleven en om saamhorigheidsgevoel te veroorzaken. Het worden daarom ook wel uitgaansdrugs of recreatieve drugs genoemd.

Tieners die ze gebruiken doen dat vanwege de bovenstaande effecten en niet zoals bij ouderen als probleemverdrijving of om afhankelijk te worden.

Soft- en harddrugs. Er werd wel onderscheid gemaakt tussen soft en harddrugs, maar later zijn daar middelen als XTC en GHB bijgekomen. Van met name XTC wordt een werking gezocht waardoor je socialer wordt en meer open komt te staan voor contact.

In grote lijnen hebben drugs een effect op het zenuwstelsel. Ze hebben of:

1. een verdovend roesgevend effect, de verdovende middelen;

2. een stimulerend effect, waardoor je de hele wereld aan kan;

3. de hallucinogene middelen, die een vertekend beeld van de wereld en de werkelijkheid veroorzaken, omdat je dingen hoort, ziet of denkt die helemaal niet bestaan.

1. Verdovende middelen zijn: Opiaten, zoals heroïne, morfine en alcohol, cannabis, GHB.

2. Stimulerende middelen zijn: Cocaïne, cannabis en XTC

3. Hallucinogene middelen zijn: LSD, paddo’s, cannabis en XTC

Effect afhankelijk van meerdere factoren. Het is te zien dat een aantal middelen in meerdere groepen voorkomen. Er is inderdaad een zekere overlap welke afhankelijk is van de combinatie met andere middelen, de omgeving waarin ze worden gebruikt en de psychische toestand van degene die ze gebruikt.

Volgorde. Partydrugs worden vaak in een bepaalde volgorde gebruikt. Het begint dan met eerst wat alcohol om in te drinken, dan alcohol met XTC, dan later GHB en als je helemaal uitgehoused bent in de vroege uren kan je nog wat cocaïne gebruiken. Daardoor kan je net even alle vermoeidheid de baas worden om thuis te komen en je bed in te rollen. Erbij wordt de hele avond en nacht flink water gedronken.

Soort gebruikers. Van de tieners boven 12 jaar, gebruikt het merendeel af en toe iets voor recreatieve doelen. Een klein deel heeft problematisch gebruik en een deel is afhankelijk geworden. Drugsincidenten komen het meeste voor bij jong volwassen mannen.

Gewenning, afhankelijkheid en verslaving. Met gewenning, wordt bedoeld dat er een steeds grotere hoeveelheid nodig is om een effect te bereiken. Onder afhankelijkheid of verslaving wordt verstaan dat je hunkert naar het middel. Dat het middel als je het niet neemt onttrekkingsverschijnselen geeft en dat je ermee doorgaat ondanks dat het je schade geeft. Sigaretten roken geeft dus afhankelijkheid en verslaving omdat als je geen nicotine krijgt je onthoudingsverschijnselen krijgt.

Problematisch gebruik uit zich in gedragsverandering, verwaarlozing, geldtekorten. Daarbij komt dat bij de gebruiker het bestaan zich steeds meer gaat afspelen rondom het gebruik van het middel.